dinsdag 22 november 2011

God zal mij wel redden...

Tijdens een overstroming stijgt het water snel. Een man staat voor zijn huis tot zijn enkels in het water. Er komt een vrachtauto voorbij. De chauffeur roept: ‘Stap snel in want het water stijgt.’ ‘Nee hoor roept de man terug, God zal mij redden.’ Aangezien het water stijgt gaat de man naar de eerste etage van zijn huis. Het water staat nu tot aan het raam. Er komt een motorboot voorbij en de mensen in de boot roepen dat de man snel het raam uit moet klimmen zodat hij mee kan met de boot. ‘Nee hoor, hoeft niet, roept de man, God zal mij wel redden.’ Het water stijgt almaar hoger en de man moet op zijn dak klimmen. Daar komt een helikopter langs en de piloot gebaart dat de man snel in moet stappen. Weer weigert de man roepend dat God hem zal redden. De man verdrinkt. Eenmaal in de hemel vraagt hij kwaad aan God: ‘Waar was U nou? Ik was er van overtuigd dat U me zou redden!’ God glimlacht en antwoordt : ‘Ik stuurde je een vrachtauto, een motorboot en een helikopter en jij weigerde ze allemaal!’ Wellicht ken je dit verhaaltje wel. Heb je zelf ook wel eens iets dergelijks meegemaakt? Ik wel. Vorige week tijdens Amma’s bezoek aan Londen. Ik zat met een vraag die ik aan Amma wilde stellen. Aangezien Amma als alwetende incarnatie van de Goddelijke Moeder ons verleden, heden en toekomst kan overzien leek het mij wel zo handig als ik haar mijn brandende vraag zou stellen. Ik had maar één probleempje: ik durfde niet. In Milaan bedacht ik dat ik nog maar even zou wachten. In Houten had ik het te druk, maar omdat Amma zo lief naar me had geglimlacht tijdens de Arati, bedacht ik mij dat ik in Mannheim de kans zou grijpen. In Mannheim zag ik er toch maar weer van af. Zoveel mensen willen haar vragen stellen, ze is al zo druk bezig, ze zal ook wel vreselijk moe zijn… allerlei van dit soort gedachten gingen door me heen en maakten dat ik de vraag niet stelde. Samen met mijn 16 jarige zoon was ik bij Amma’s programma in Londen. We waren ingedeeld bij de flower seva (vrijwilligerswerk). Een heerlijke seva, in de zaal, het blaadje voor blaadje afpellen van rozen voor Amma’s prasad (als je een omhelzing van Amma krijgt, geeft ze je een snoepje in een bloemblaadje). We vonden het een kadootje.
Ik had mijn zoon verteld dat ik eigenlijk met een vraag zat. Nou, zei hij, dan stel je die toch. Ik vertelde ook dat ik niet durfde. Dat vond hij ongelofelijk. ‘Aan Amma kun je alles vragen, Mam, je weet toch dat zij alleen maar liefde is.’ Ja, dat wist ik wel, maar ik voelde me toch nog bezwaard. De dag van Devi Bhava (laatste dag van het programma) kwamen we ’s morgens de zaal inlopen en daar liep net Br. Shubamrita. Een van Amma’s monniken. Bob (mijn zoon) zei: ‘Mam, kom we vragen het aan hem. Hij kan dan jouw vraag aan Amma stellen.’ Ik weigerde. ‘Nee, zei ik, laat me er nog even over denken, het is nog vroeg en we hebben de hele dag en nacht nog.’ Ik zag de scepsis in mijn zoons ogen maar hij liet het zitten. Aangezien de bloemen voor flower seva er nog niet waren konden we eerst even dicht bij Amma gaan mediteren alvorens aan het werk te gaan. Er waren 2 plekjes op de eerste rij. Na een poosje stootte mijn zoon me aan. ‘Mam, al die mensen die daar in de rij op de grond links van Amma zitten hebben een briefje in hun hand. Zij gaan een vraag stellen. Waarom ga je ook niet in die rij zitten?’ Inderdaad, ik zag hoe mensen met een briefje naar de grote swami gingen. Hij stelde hun vraag aan Amma en vertaalde voor hen haar antwoord. De rij was vrij lang, er zaten zeker tien mensen. Ik zei tegen mijn zoon dat ik er over na zou denken, maar ik liet het zitten. Onderweg naar de bloemen seva desk, kwamen we een jonge Chinese vrouw tegen die Bob bij Amma had ontmoet. We maakten een praatje en mijn zoon zei haar dat ik met een vraag zat voor Amma. Hij zei: ‘Net zoiets als jouw vraag indertijd.’ Ze keek me belangstellend aan en ik zei haar dat ik Amma’s zegen voor iets dat ik wilde ondernemen wilde vragen. Daarop vertelde ze me een verhaal over hoe zij het had aangepakt en hoe Amma haar haar zegen had gegeven waardoor ze een boek had kunnen publiceren in Hong Kong. ‘Je kunt in meditatie gaan en vanuit je hart je vraag stellen, dan zal Amma je antwoorden’ zei ze tegen mij. Een paar uur later ‘s avonds zat ik op een hoek op het podium terwijl Amma met Devi Bhava bezig was. Ondertussen herhaalde ik in mijn hart mijn vraag aan haar. Een Française die ik in de ashram had ontmoet kwam naast me staan en omhelsde me. ‘Il faut prendre le temps pour s’aimer’ zei ze (we moeten de tijd nemen om lief te zijn voor elkaar). Ze vroeg hoe het met me ging. Ik vertelde haar dat de dag voortschreed en ik nog altijd mijn vraag niet had gesteld. Ik vertelde haar ook dat ik geen uitsluitsel had gekregen van de astrologe en dat ik eigenlijk confuus was. ‘Oh, je moet niet naar die astrologe luisteren. Die is niet altijd even helder hoor. Dat hangt van allerlei factoren af. Je kunt het beste je vraag op een briefje schrijven en hem meenemen in je hand als je voor darshan gaat. Als Amma het briefje aanraakt dan is je vraag al gezegend omdat alles wat door Amma wordt beroerd gezegend is.’ Dat klonk in mijn oren haalbaar. Ik schreef een briefje en stak het bij me. Veel later gingen mijn zoon en ik voor een gezamenlijke omhelzing. Het was prachtig. Ik had het briefje in mijn hand. Amma zag het toen ik knielde. Mijn zoon had een paar koekjes voor haar mee. Ze nam een hapje, gaf hem een hapje en vervolgens mij een hapje. Dat was heel mooi. Ik besloot dat ik niet verder zou zeuren en wilde opstaan en hield het briefje vast. Maar Amma pakte het ineens uit mijn hand. Ze keek er naar en probeerde het te lezen, alleen had ik het in het Nederlands geschreven. Dus gaf ze het aan de vrouw die achter haar stond. Die las het maar snapte het niet, ze raakte wel Amma er mee aan, en stopte het in een doos. Dat voelde als een gemiste kans. Als ik het in het Malayalam had laten vertalen had Amma het zo kunnen lezen en mij antwoord kunnen geven. Dat vertelde ik aan mijn zoon. Hij zei: ‘Ik ga nu naar Br. Shubamrita.’ De monnik stond inderdaad net op het podium. Mijn zoon stelde hem de vraag. De monnik vroeg toen aan mij waar ik de zegen voor nodig had. Ik vertelde het hem. Hij zei dat hij zou proberen de vraag aan Amma te stellen. Ik ging zitten mediteren op het podium. Even later liep hij voorbij. Hij zei niets en ik liep de andere kant uit. Het was een verkeken kans. Niets aan te doen. Gewoon een jaar wachten. Devi Bhava was om 9.30 afgelopen. We hadden Amma uitgezwaaid. Ik voel me dan altijd erg verdrietig. Ook al weet ik dat Amma niet alleen maar een lijfelijke aanwezigheid is en altijd bij je als je aan haar denkt, toch is het moeilijk als ze gaat. Ik liep weer naar binnen. Daar zag ik Br. Shubamrita, ik glimlachte naar hem, en hij naar mij. Ik zag in zijn ogen dat hij iets wilde zeggen, maar ik liep door. Ik wilde hem niet bezwaren omdat ik aannam dat hij wilde zeggen dat er gewoon geen tijd was geweest voor mijn vraag. Het was gewoon pech gehad. Een uurtje later zaten we in de auto, moe maar voldaan op weg naar het hotel. Ik vroeg mijn zoon of hij iedereen gedag had gezegd hetgeen hij beaamde. ‘Oh ja, Mam, toen ik net weg liep, toen kwam ik Br. Shubamrita nog tegen. Hij zei tegen me dat hij je vraag aan Amma heeft gesteld. Amma antwoordde dat je je plannen een beetje kunt uitwerken en helder opschrijven, en als je die dan aan haar laat zien, dan zal ze ze zegenen…’ Op de valreep, had ik dan toch nog antwoord van de Goddelijke Moeder. Met een grote grijns op mijn gezicht staarde ik uit het raam en zag de Londense etalages aan mij voorbij schieten. Toen schoot ik in de lach. Ik voelde me net de man uit het verhaaltje aan het begin van dit stukje die maar steeds niet in de gaten had dat God al die tijd al voor hem aan het zorgen was…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten